Van pastorie over convent tot museum, ontdek het gebouw waarin het Begijnhofmuseum gevestigd is.

Op 27 september 1953 opent in de voormalige pastorie het gloednieuwe Begijnhofmuseum. Het toenmalige OCMW gaf de toestemming om de oude voorwerpen van de begijnen te verzamelen op het gelijkvloers van het convent (een huis waar begijnen samen woonden). Aanvankelijk doet het museum één dag per week de deuren open. Op de verdieping woont dan nog een begijn. De werking van het museum wordt ondersteund door De Vrienden van het Begijnhof. 

De volgende decennia evolueert het museum van twee kamers naar de hele voorbouw. In 1998 voegt architect Eugène Wauters de achterbouw toe aan het museum. Zo krijgt het zijn huidige oppervlakte. Sinds datzelfde jaar is het gebouw als deel van het Turnhoutse begijnhof geklasseerd als UNESCO Werelderfgoed. 

In het Begijnhofmuseum vind je onder meer de grootjufferskamer, de schatkamer en de oorspronkelijke keuken met 17de-eeuwse open haard. Tegenwoordig staat ook de authentieke kruidentuin naast het museum weer in volle bloei. Vandaag maakt het Begijnhofmuseum deel uit van Musea Turnhout, samen met het Speelkaartenmuseum en het Taxandriamuseum.